Zwijnen wilde Varkens🐽
Tien procent van de wilde zwijnen in het noordwesten van Europa hebben genen van tamme varkens. De bewuste genen zouden ze hebben gekregen in het begin van de 21e eeuw, waarschijnlijk na kruising met gefokte wilde zwijnen, die op hun beurt vaak met tamme varkens werden gekruist.[4]
Het wild zwijn heeft naast een dikke ondervacht een donkere, borstelachtige vacht die 's winters langer en donkerder is dan in de zomer. In het voorjaar vallen de winterharen uit. Dan krijgen ze een kortere en lichtere vacht. Wilde zwijnen hebben een gedrongen romp en stevig lijf. De achterpoten zijn korter dan de voorpoten. Wilde zwijnen hebben een langwerpige kop met een afgeplatte, sterke snuit. De neus eindigt in een wroetschijf. Hun oren zijn breed, rechtopstaand en behaard. Het wild zwijn heeft kleine ogen. Het zichtvermogen van het wild zwijn is relatief slecht; zo kunnen ze een mens niet herkennen als deze zich niet beweegt. Daarentegen is hun reuk- en tastzin zeer goed ontwikkeld, wilde zwijnen hebben ook een zeer fijn gehoor.[5] Volwassen dieren hebben een staart die eindigt in een pluim. Volwassen mannetjes worden keilers of beren genoemd. De vrouwtjes worden zeugen genoemd.
